Culy ontdekt: zelf jenever maken in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam

Jenever: dat is toch die “oude mannendrank” die je opa altijd dronk? Yep: die associatie hadden we lange tijd met jenever en zijn bruine kruikjes. Hádden, want jenever is bezig aan een revival. In het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam ontdekken we niet alleen de geschiedenis van jenever, maar ook zijn toekomst.

Jenever is hip

Een glaasje jenever lijkt niet de meest sexy keuze als je aan de bar staat. Toch is het drankje hartstikke hip aan het worden. De luxe Vault Bar van Waldorf Astoria Amsterdam lanceerde bijvoorbeeld zojuist een nieuwe cocktailkaart met originele jenevercocktails.

En we hadden je ook al bericht dat het Kopstootje (de combi van een biertje en een jenevershotje) één van de grootste drankentrends is. Ook de jongens van The Stillery – die toffe distilleerderij in Amsterdam-West – stoken een eigentijdse jenever in een hippe fles (die trouwens érg lekker is). Hoog tijd dus om eens wat dieper in het borrelglaasje te kijken en jenever te (her)ontdekken.

Jenevermuseum Schiedam
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy

Zeg je Schiedam, dan zeg je jenever

En waar ga je naartoe als je op zoek bent naar de geschiedenis van jenever? Naar dé jeneverhoofdstad van Nederland: Schiedam. In de Gouden Eeuw (omstreeks de 17e eeuw) kwam de jeneverindustrie hier namelijk gigantisch tot bloei. In de stad werden 20 molens neergezet, speciaal voor de productie van jenever. Of liever gezegd: voor het graan voor de jenever.

Jenever wordt namelijk gemaakt van moutwijn. En dat wordt weer gemaakt van graan. Net als whiskey trouwens, maar jenever bevat een heel kenmerkend ingrediënt: jeneverbes.

En dat is ook weer een bruggetje naar het hipste drankje van de afgelopen jaren: gin. Engelse soldaten die tijdens de Dertigjarige Oorlogen in Nederland en België verbleven, ontdekten daar jenever. Ze namen dat mee naar huis, waar de Britten een eigen variant van jenever probeerden te maken. Dat werd gin. Die hippe gin stamt dus stiekem af van ‘onze’ jenever. Best cool!

Lees ook: Alles over de geschiedenis van gin én de gin-tonic

Jenever uit Schiedam
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy

Van korrel tot borrel

In de hoogtijdagen van de jeneverindustrie waren er wel 400 jeneverbranderijen in Schiedam en meer dan 100 destilleerderijen. Nu zijn er nog maar zo’n 7 destillateurs en 3 stokers. De meeste kopen de moutwijn kant-en-klaar in en maken er dan hun eigen jenever mee.

Er zijn dus nog maar heel weinig plekken waar het basisproduct alcohol nog wordt gestookt. Maar bij het Nationaal Jenever Museum maken ze jenever van (graan)korrel tot borrel. Ze beschikken over een eigen branderij (die je ook kunt bezoeken) waar een vaste hoofdstoker, Rutger Vismans, samen vijf vrijwilligers aan het werk is.

Jenevermuseum Schiedam
Hoofdstoker Rutger Vismans – Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy

Stokerstrots

Per jaar worden er in het Jenevermuseum 2000 flessen jenever gevuld. In totaal maken ze zes verschillende jenevers. Vier daarvan zitten vast in het assortiment, twee speciale edities worden gemaakt voor het Jeneverfestival (dit jaar op 14 en 15 september). Stokers Trots noemen ze die variant, waarvan ze jaarlijks maar zo’n 125 flessen maken.

Hun jenever is een exclusief product: het is alleen te koop voor de bezoekers van het museum. Maar het doel is dan ook vooral om te laten zien hoe het totale product wordt gemaakt, vertelt Marjolein Beumer, directeur van het Nationaal Jenevermuseum. Zij geeft ons een rondleiding door het museum. Daar leren we alles over de geschiedenis van dit borreltje, de jeneverindustrie in Schiedam én het maken van jenever.

Schiedam jeneverstad
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy

Jeneverbes

Want hoe wordt jenever gemaakt? Om jenever te kunnen maken, heb je dus graan nodig. Eerst wordt een deel van dat graan gemout. Dat komt erop neer dat het graan wordt gekiemd, zodat er meer alcohol van kan worden gemaakt. In de molen wordt het graan vervolgens gemalen. In de branderij wordt er graanalcohol en moutwijn gemaakt van het graan.

Daarna maakt de destilleerderij van de moutwijn een eindproduct. Want moutwijn is nog geen jenever. Daarvoor moet jeneverbes worden toegevoegd. Dat doet de destilleerder door jeneverbesesprit te maken en dat toe te voegen aan de moutwijn. Et voilà: jenever!

Dan kan de jenever nog verder op smaak gebracht worden. Voor Stokers Trots werd vorig jaar bijvoorbeeld een maceraat van rood fruit gebruikt. En het jaar daarvoor maakten ze nog een jenever met Berenburg-kruiden.

Zelf jenever maken
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy

Spekkoek-jenever

Hoe leuk het is om je eigen jenever te maken door verschillende smaken toe te voegen, ontdekken we als we onze eigen jenever mogen maken. Rutger heeft een stuk of 30 flessen voor ons klaargezet met destillaten en maceraten van citrusvruchten, tijm, koriander, lavendel, rozen, tonkaboon en nog veel meer. We mogen zélf een mengsel maken die in ons flesje moutwijn wordt gegoten.

Eerst moet er natuurlijk jeneverbesesprit worden toegevoegd, anders is het geen jenever. Daarna mogen we ons creatieve brein loslaten op alle mogelijke smaakcombinaties. Als we een fles spekkoek-destillaat zien staan, weten we het. Het wordt een spekkoek-jenever met een vleugje koriander en kruidnagel.

Jeneverfestival

Gek op jenever? Of nieuwsgierig? Op zaterdag 14 én zondag 15 september vind het Jeneverfestival plaats in Schiedam. Kijk op de website voor meer info. En wil je alles ontdekken over jenever? Dan raden we je aan om het Jenevermuseum in Schiedam zéker een keertje te bezoeken.

Het Jenevermuseum in Schiedam is te bezoeken van dinsdag t/m zondag tussen 11:00 en 17:00 uur. De stokers werken op dinsdag, vrijdag en zaterdag in de branderij.   

Meer over sterke drank:

Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy
Fotografie: Nancy van Batenburg voor Culy
Reageer op artikel:
Culy ontdekt: zelf jenever maken in het Nationaal Jenevermuseum in Schiedam
Sluiten