Alles over mazemen: verschrikkelijk lekkere ramen zonder (!) bouillon
Dol op ramen? Maak dan kennis met mazemen! Hoewel deze ‘dry noodles’ het zonder de begeerlijke bouillon moeten doen, zijn ze absoluut het ontdekken waard.
Smeuïg, smeuïger, smeuïgst!
Wat is het?
Mazemen betekent letterlijk “gemengde noedels”. In plaats van in bouillon te zwemmen, worden de verse noedels simpelweg gemixt en geroerd met de rest van de ingrediënten in de kom. Denk geconcentreerde saus (tare), pittige olie en vervolgens een onmisbare stapel toppings: varkensgehakt, bosui, knoflook, een eidooier en soms nori.
Met stokjes roer je daarna alles door elkaar tot elke noedel bedekt is met smaak. En dat proces van mengen, dat is precies de hele charme van het gerecht.
Waar komt het vandaan?
Deze specifieke, populaire variant heet Taiwan mazesoba en komt uit Nagoya, Japan, waar het inmiddels als lokale specialiteit geldt. Het ontstond in 2008 bij ramenzaak Menya Hanabi. De eigenaar wilde eigenlijk Taiwanse ramen maken, een specialiteit uit de regio, maar kreeg de bouillon niet goed genoeg voor elkaar.
Net toen hij het gehakt wilde weggooien, stelde een van zijn medewerkers voor om het gewoon met gekookte noedels te serveren. Een gelukkig ongeluk dus, dat binnen een paar jaar uitgroeide tot een hype.
Hoe smaakt het?
Zoals je dat van meerdere Aziatische noedelgerechten gewend bent, zijn ook mazemen geconcentreerd, hartig en één grote brok umami. Omdat er geen bouillon is die alles verdunt, proef je elke laag apart: de zoute, hartige tare, rokerige knoflookolie, de romige eidooier die je erdoorheen roert en de textuur van de noodles (die een beetje veerkrachtig horen te zijn).
Het gerecht is minder zacht dan ramen met bouillon en smaakt daarmee ook veel directer – alsof je de essentie van ramen distilleert tot een smeuïg, krachtig gerecht.
Waar eet je het?
In Nederland vind je mazemen steeds vaker op de kaart bij specialistische ramenzaken in Amsterdam en Rotterdam, vaak naast de klassieke shoyu- en tonkotsu-ramen. Zie je ergens ‘Dry noodles’ staan, dan weet je dat het over hetzelfde gaat.
Tokyo Ramen Takeichi (Amsterdam) heeft het bijvoorbeeld en ook op de Amsterdamse Ten Katemarkt hebben we het al gespot. Bij Takeichi belooft de versie flink pittig te zijn (”bring tissues, not spoons”) en wij kunnen niet wachten om ‘m te proeven.
Liever zelf maken?
Voor wie niet vies is van een kookproject: ook zelf maken is niet onmogelijk. Een tripje naar de toko dan, zoals steeds. Scoor in ieder geval verse ramennoodles (uit het koelschap) en kies goede Japanse sesam- en chili-olie uit.
Verder is het eigenlijk niet zo moeilijk: bak het gehakt goed rul en laat het lekker aanbakken tot het hier en daar krokante randjes krijgt. Maak ondertussen de saus direct in de serveerkom, bijvoorbeeld met sesampasta, sojasaus, sesamolie en chili-olie. Kook de ramennoedels, giet ze goed af en leg ze dampend heet boven op de saus.
Voeg het gehakt en de toppings toe en hussel vervolgens alles stevig door elkaar. Zo wordt iedere noedel bedekt met de romige, hartige saus en verspreiden het gehakt en de toppings zich door de hele kom. Bewaar eventueel wat bosui, sesam of chili-olie om er op het laatst nog overheen te strooien.
Als doorwinterde Culy kun je hier waarschijnlijk al mee uit de voeten, maar wie liever wat meer houvast heeft, kan dit mazemen recept van Tasting Table erbij nemen.
Alles over soba-yu: het Japanse kookwater dat je na je noedels drinkt
Deze producten kocht de Culy-redactie deze maand
Vier must-haves volgens onze receptschrijvers:
:format(jpeg):background_color(fff)/https%3A%2F%2Fwww.culy.nl%2Fwp-content%2Fuploads%2F2021%2F02%2FDSC00802-2-e1612865031556.jpg)