Culy ontdekt Maleisië: de culinaire geheimen van de Maleisische chef

Culy 1 dec 2014 Inspiratie

Zin in een heerlijke Aziatische maaltijd, maar wil je eens iets anders proberen dan Thais of Indonesisch? De Maleisische keuken is een veelzijdige keuken en zeker een uitdaging om zelf eens uit te proberen. Maar hoe krijg je die heerlijke lokale smaken, geuren en kleuren van de Maleisische keuken in jouw eigen gerechten?

Diverse topchefs uit Maleisië deelden aan ons hun geheimen. Ga zelf aan de slag met deze zes ultieme tips en breng de tropische sferen naar je eigen keuken.

Tekst: Maxime Tielman

hetgeheim-chef

Beeld: André van der Stouwe

1. Aromatische rijst

Voor Nederlanders zijn aardappels hét onmisbare ingrediënt in de keuken, voor Maleisiërs is dat rijst. De gemiddelde Nederlander eet regelmatig rijst, maar vaak blijft het bij simpele witte rijst zonder enige toevoegingen. Zonde! Probeer te variëren met de lekkere Maleisische smaken.

Een van de favoriete variaties van de chefs: neem een kopje kokosmelk en een half kopje water. Kook dit samen met een kopje rijst. Om de rijst nog wat extra aroma te geven kan er een pandanblaadje worden toegevoegd (even eruit vissen voor het opdienen). Ook lekker: wissel af door een keer wat gemberschilfers of een stuk citroengras toe te voegen tijdens het koken van je rijst.

2. Spice it up

Voor de echte waaghalzen onder ons: leg de Spaanse chilipeper weg en ga voor de scherpere bird’s eye chili. Vooral in de gerechten met kokosmelk is deze extra pit lekker. Maleisiërs like it hot, hot, hot. Je vindt deze kleine scherpe rakkers in de toko.

Stock

3. De smaakmaker rempah

De smaakmaker van de Maleisische keuken is de rempah: een mix van verse en/of gedroogde specerijen die samen een kruidenpasta vormen. De rempah is de basis voor vrijwel ieder gerecht. Probeer deze diverse specerijen regelmatig te gebruiken om de ware Maleisische smaken en geuren naar boven te halen.

Zo is er de droge rempah, ‘de vijf specerijen familie’: kruidnagel, steranijs, kaneelstokjes, kardemom en kemirinoot (een blanke, licht crèmeachtige boomvrucht).

Natte rempah wordt gemaakt van verse ingrediënten: knoflook, ui, citroengras, galangal (laoswortel, familie van de gember) en kurkuma. Om deze pasta te maken wordt een vijzel, hakmolen of blender gebruikt. De kruidenpasta is heerlijk als basis voor curry’s, vlees- of visgerechten.

hetgeheim-drogerempah

Beeld: André van der Stouwe

4. Wokken maar!

Een onmisbaar kookinstrument in de Maleisische keuken is de wok. Hét geheim van de chef voor een authentieke smaak: laat de rijst of noedels net wat langer in de pan, zodat de smaak nog beter in de rijst of noedels trekt.

Je begint zo: doe wat olie in de hete wok. Bak de gekookte rijst of noedels hierin. Ziet de rijst er droog uit? Wacht gerust nog twee à drie minuten. Voeg eventueel op het laatst sesamolie, knoflookolie of kokosolie voor meer smaak toe.

Extra trucje: zet de rijst voor het bakken een uurtje in de koelkast zodat het niet gaat plakken. Zo ontstaan er mooie losse rijstkorrels.

hetgeheim-kokosnootolie

Beeld: André van der Stouwe

5. Balanceren

Voeg aan het einde, vlak voor het opdienen, wat limoensap of suiker toe om het gerecht in balans te brengen. Vooral bij pittige gerechten kan deze tip wonderen doen. Pas wel op met de hoeveelheden: teveel suiker of limoensap kan weer een dooddoener zijn voor jouw net gemaakte culinaire hoogstandje.

6. Belacan: een must

Instant Maleisië op je bord? Breng een bezoekje aan de dichtstbijzijnde toko en haal belacan (een droge garnalenpasta) in huis. Ondanks de onprettige geur, mag belacan zeker niet ontbreken in de keuken wanneer je aan de slag gaat met de traditionele Maleisische gerechten. Het geeft maaltijden nét die bijzondere touch. Succes en selamat makan (smakelijk eten)!

Reageer op artikel:
Culy ontdekt Maleisië: de culinaire geheimen van de Maleisische chef
Sluiten